.jpg)
Naast de lusten die de luchtvaart met zich meebrengt, kent deze transportvorm uiteraard ook lasten. Hoewel er veel mensen zijn die graag naar het geluid van vliegtuigen luisteren, vormt vliegtuiggeluid één van de belangrijkste lasten van de luchtvaart. Gesprekken over luchtvaart gaan dan ook al snel over de geluidshinder die met name mensen in de omgeving van een luchthaven ondervinden. Deze hinder is echter niet alleen het gevolg van het geluid zelf. Anders gezegd is geluidsbelasting niet hetzelfde als geluidshinder. Minstens zo belangrijk zijn niet-akoestische factoren zoals de houding die iemand heeft tegenover de bron en de mate van controle over eigen woongenot. Daarom heeft de Universiteit Leiden samen met het PDL in 2000 de Bijzondere leerstoel ‘Toegepaste Psychologie van Geluidhinder’ ingesteld. Hier doet hoogleraar Prof. Dr. Pieter Jan Stallen met een aantal AIO’s onderzoek naar de niet-akoestische effecten van (vliegtuig)geluid. Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op
de website van de Universiteit Leiden.
Veel onderzoek over geluid is gericht op Schiphol. Dat is begrijpelijk aangezien op deze luchthaven verreweg de meeste vliegbewegingen in Nederland plaatsvinden. In regionale geluidsdiscussies wordt Schiphol om dezelfde reden vaak gezien als voorbeeldcase. Bovendien straalt het voor Schiphol geformuleerde beleid dikwijls uit naar de overige Nederlandse luchthavens. Toch is Schiphol in veel opzichten anders dan deze vliegvelden en de regionale situatie is niet altijd vergelijkbaar met die van Schiphol. Dit is een gegeven waarmee in de ontwikkeling van beleid rekening moet worden gehouden.