Factsheet Economie
Luchtvaart is infrastructuur en daarmee een van de randvoorwaarden voor economische ontwikkeling. De economische ontwikkeling bepaalt vervolgens de omvang van de vraag naar luchtvaart vanuit de samenleving.
De internationale verbindingen via luchtvaart zijn een belangrijke voorwaarde voor het behouden en versterken van een sterk internationaal concurrerend vestigingsklimaat voor bedrijven.
Voor elk transportsysteem geldt dat een rechtstreekse verbinding tussen twee punten alleen mogelijk is bij voldoende vervoersvolume. Is zo’n verbinding niet mogelijk, dan is vaak wel een verbinding mogelijk door kleinere vervoerstromen te bundelen via een knooppunt (Hub-and-spoke model). Met één of twee keer overstappen kunnen zo heel veel plaatsen met elkaar worden verbonden
De traditionele lijndienstmaatschappijen hebben zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot netwerkmaatschappijen die met name het verkeer tussen knooppunten verzorgen alsmede de aan- en afvoer van die knooppunten. Dit bood na de liberalisering van de luchtvaartmarkt ruimte voor point-to-point-maatschappijen (vaak low-cost operators genoemd) om waar de markt dit mogelijk maakt buiten de knooppunten om rechtstreekse verbindingen aan te bieden.
Netwerkmaatschappijen en point-to-point-maatschappijen stellen verschillende eisen aan een luchthaven. Netwerkmaatschappijen hebben een grote hub luchthaven nodig met hoge gegarandeerde piekuurcapaciteit. De transferpassagiers zorgen voor het bestaan van veel verbindingen, die met alleen de lokale markt niet mogelijk zouden zijn. Dat geldt in het bijzonder voor Schiphol gezien de geringe omvang van de Nederlandse markt.
Point-to-point-maatschappijen hebben een voorkeur voor regionale luchthavens, waar zij hun eenvoudigere operatie tegen de laagst mogelijke kosten kunnen uitvoeren.
Naast reistijd en reiskosten spelen in toenemende mate comfort en service een rol in het keuzeproces van consumenten. Consumenten hebben een voorkeur voor directe verbindingen. Het voordeel van Schiphol is dat het veel van deze directe verbindingen heeft. Als de regionale luchthaven echter ook een directe verbinding heeft, dan geeft de consument daar de voorkeur aan.
De economische impact van luchtvaart kan worden onderverdeeld in directe effecten (directe werkgelegenheid) en indirecte effecten (met name vestigingsplaats en toerisme).
Investeringen in luchtvaartinfrastructuur zijn vanuit welvaart economisch perspectief gunstig.
Het accommoderen van de benodigde capaciteit voor luchtvaart is een rijkstaak. Selectiviteit voor Schiphol kan het beste bevorderd worden via het bieden van voldoende capaciteit op regionale luchthavens. De markt zorgt dan zelf voor een verdeling. De overheid kan dit stimuleren via een Multi-airport-systeem, verschillen in tarieven en slotallocatie.
De luchthavens vormen gezamenlijk een landelijk netwerk. Bij een goede landzijdige ontsluiting kunnen hier multi-modale knooppunten ontstaan.
Bronnen (verkort overzicht)
Airneth (2005). Strategies of multi-hub airlines and the implications for national aviation policies, Den Haag.
ATAG (2005). The economic and social benefits of air transport, Geneve.
BCG (2006). Decline of the Megahub, In Airline Business, Sydney.
Burghouwt, G., De Wit, J. (2003). The Temporal Configuration of European Airline Networks, Agora Jules Depuis, Montreal.
Burghouwt, G. (2005). Airline network development in Europe and its implications for airport planning. PhD thesis, Utrecht University, Utrecht.
CE (2005), The contribution of aviation to the economy, Delft.
Connekt (2001). Ontwikkeling van het hub-concept, Delft.
Connekt (2002). Maatschappelijke baten en lasten van het hub-and-spoke-concept, Delft.
Department for Transport (2006). Transport, wider economic benefits and impacts on GDP, Londen, UK.
Doganis, R. (2006). The Airline Business, Routledge, Oxon.
Economisch bureau voor bedrijfstakonderzoek (1999), Schiphol: het belang voor de Nederlandse samenleving, Amsterdam.
Graham, A. (2001). Managing airports, an international perspective. Oxford: Butterworth-Heinemann.
Kaufman, D. (2007). It’s not just the destination, it’s the connection. New York Times website: www.nytimes.com, accessed Sept. 12, 2007.
Kamer van Koophandel Amsterdam (2001). Vestigingsmilieus Schipholregio, Amsterdam.
Kamer van Koophandel Amsterdam (2004). Gaan voor goud, Amsterdam.
Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2007). Synergie tussen de Mainports?, Den Haag.
Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2005), Evaluatie Schipholbeleid Mainportontwikkeling in het kader van de evaluatie Schipholbeleid, Den Haag
Mott McDonald (2003). Key European Hubs, Comparison of aviation policies, Croydon, UK.
NYFER (2000). Hub, of spokestad, Breukelen.
NYFER (2002). Leven van de lucht, Breukelen.
O’Connell, J.F., Williams, G. (2005). Passengers’ perceptions of low cost airlines and full service carriers, Journal of air Transport Management, Elsevier Science, Amsterdam.
Provincie Noord-Holland (2007). Vestigingslocaties Schiphol, Haarlem.
RAND Europe (2004). Regionale luchthavens in Nederland, Leiden.
RAND Europe (2004). Randstad: ready for take-off?, Leiden.
RDC (2007). Intra European Capacity Report, Nottingham, UK.
RPB (2006). Kennishubs in Nederland, NAi Uitgevers, Rotterdam.
Regioplan (2004). De economische betekenis van Schiphol, Amsterdam.
SEO (2003). Wat brengt de passagier naar de luchthaven?, Amsterdam.
SEO (2007). Luchthavenmonitor, Tien Europese regio’s in de tijd vergeleken, Amsterdam.
SGM Group (2004). Economic Impact of Airports, Reston, USA.
Sleuwagen et al. (2003). Naar een nieuwe balans tussen economie en ecologie, Leuven.
TNLI, BCI/NEI (1997). Ruimtelijk-economische verkenning van de toekomstige Nederlandse Luchthaven Infrastructuur.
VROM-raad (2006). Schiphol, meer markt voor de mainport?, Den Haag
Warffemius, P.M.J., 2007, “Modeling the Clustering of Distribution Centers around
Amsterdam Airport Schiphol”.
Wijk, van, M. (2007). Airports as cityports in the city-region, Utrecht.
|